Opruimen, of juist niet

//Opruimen, of juist niet

Opruimen, of juist niet

Wie mij kent zal mij als een geordend persoon ervaren. Vroeger was dat wel anders, als kind was ik slordig.

Ik herinner mij de momenten dat we onze speelgoedkast op moesten ruimen. Elk kind had een eigen deel van de kast en dan moesten alle planken leeg, prullenmand ernaast… Vreselijk vond ik dat, want je moest dingen weggooien, geen ontkomen aan. Papiertjes, oude tekeningen, kapotte speeltjes, eigenlijk wilde ik nergens afstand van doen. En dan ging de rest netjes in de kast, zorgvuldig geplaatst. Nu begrijp ik  mijn ouders wel, er was geen zolder of kelder waar spullen bewaard konden worden. Zo heb ik enerzijds leren opruimen en ordenen, anderzijds nam ik mij heilig voor om van alles te bewaren zodra ik mijn eigen baas zou zijn. Die twee stemmen leven nog steeds in mij: ik ruim op of ik orden, èn ik doe dat niet door regelmatig iets op zolder te zetten omdat ik het niet weg wil doen. Toch vertegenwoordigen de dingen op zolder de voorbije gebeurtenissen, momenten. Soms zijn ze weer van nut, vaak niet.

Opruimen maakt je hoofd wat leger, want fysiek opruimen en mentaal opruimen gaan meestal samen. Wat ik niet bewaar, dat laat ik gaan en daarmee komt er tevens ruimte. Dat is heel prettig en daarom ruim ik regelmatig op: bestanden in de computer, mijn papieren archief, kasten. Ook de zolder, een of twee keer per jaar weet ik zaken te vinden die weg mogen. Door met aandacht door de spullen of de papieren te gaan weet ik heel goed dat iets zijn functie gehad heeft. Kinderen groeien uit hun kleren, zo kunnen we ook uit ons verleden groeien. Oude spullen mogen naar de kringloop of naar de milieustraat, zodat zo min mogelijk echt verloren gaat. Kennis vanuit je verleden kan gedeeld worden als het gerijpt is tot levenswijsheid.

By | 2014-11-21T11:10:37+00:00 21 november, 2014|Gedachten|0 Comments

Leave A Comment